klok – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

klok noun

  • 1. een instrument dat de tijd bijhoudt
Uhr
  • 2. een belvormige idiofoon, vooral bekend van kerktorens en carillons
Glocke
Wiktionary Links
  • ελληνικά: Klok
  • Nederlands: klok