kraken – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

kraken verb

  /ˈkrakə(n)/
  • 4. een pand illegaal bewonen
besetzen
  • 6. een chiropractische handeling verrichten op iemands ruggengraat
einrenken
  • 2. openbreken
  • 3. inbreken in iemands computer
knacken
  • 1. een krakend geluid maken
knarren
  • 5. een pand illegaal bewonen
verreißen

🇩🇪 de nl 🇳🇱

Krake noun

Krake, Kraken   /ˈkʁaːkə/
  • Biologie: Meeresbewohner ohne feste Körperform aus der biologischen Gruppe der achtarmigen Tintenfische; Weichtier mit kurzem, sackartigem Körper und langen, um den Mund herum angeordneten Armen mit Saugnäpfen
kraak, octopus
Wiktionary Links