kurk – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

kurk noun

  /kʏrk/
  • 1. licht, poreus materiaal, afkomstig van de kurkeik
Kork

kurk noun

  /kʏrk/
  • 1. afdichting voor flessen, gemaakt uit de veerkrachtige schors van een bepaalde boomsoort, Quercus suber
Pfropfen, Korken, Stöpsel
Wiktionary Links
  • ελληνικά: Kurk
  • Nederlands: kurk