lam – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

lam noun

  • 1. jong van het schaap
Lamm, Lammfleisch

lam adjective

  • 1. niet in staat om te bewegen
lahm, gelähmt
  • 3. versleten door te ver doordraaien (bijvoorbeeld van schroeven)
abgenutzt, dollgedreht, überdreht
  • 4. heel erg dronken
besoffen
  • 2. lui, futloos
faul, träge
Wiktionary Links
  • ελληνικά: Lam
  • Nederlands: lam