lens – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

lens noun

  • 1. een geslepen stuk transparant materiaal dat lichtstralen breekt
  • 2. een stelsel van lenzen of lensdelen dat op een camera zit zodat er een scherp beeld op de film of CCD wordt geprojecteerd
Linse
  • 3. een zeer kleine glazen of kunststof lens die men direct op de oogbol plaatst ter vervanging van een bril
Linse, Kontaklinse, lentilla
Wiktionary Links