merk – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

merk noun

  • 2. een herkenbaar product door een bepaalde producent vervaardigd
Marke
  • 1. een kenteken aangebracht ter identificatie van iets
Label, Markenzeichen

🇩🇪 de nl 🇳🇱

merken verb

merke, merkte, habe gemerkt   /ˈmɛʁkn̩/
  • reflexiv, mit Dativ: etwas im Gedächtnis speichern
onthouden
  • etwas mit den Sinnen wahrnehmen, sich einer Sache bewusst werden
bemerken, merken
Wiktionary Links