🇳🇱 nl de 🇩🇪
naar adverb
/naːr/
|
|
|---|---|
|
nach |
naar preposition
/naːr/
|
|
|---|---|
|
nach |
naar adjective
/naːr/
|
|
|---|---|
|
bitter |
- naar aanleiding van
- aufgrund
- kijken naar
- anschauen
- uilen naar Athene brengen
- Eulen nach Athen tragen
- uilen naar Athene dragen
- Eulen nach Athen tragen
- water naar zee dragen
- Eulen nach Athen tragen
- naar boven brengen
- großziehen
- alle wegen leiden naar Rome
- alle Wege führen nach Rom
- verlangen naar de verte
- Fernweh
- naar beneden
- runter