🇩🇪 de nl 🇳🇱
nicht adverb
/nɪçt/
,
/nɪçt/
|
|
|---|---|
|
niet |
nicht- prefix
/nɪçt/
|
|
|---|---|
|
niet- |
- der Apfel fällt nicht weit vom Stamm
- een appel valt niet ver van de boom
- Unkraut vergeht nicht
- onkruid vergaat niet
- Unkraut verdirbt nicht
- onkruid vergaat niet
- nicht einmal
- niet eens
- nicht nur
- niet alleen
- man soll den Tag nicht vor dem Abend loben
- de huid niet verkopen voor de beer geschoten is
- es ist nicht alles Gold, was glänzt
- het is al geen goud wat er blinkt, het is niet al goud wat blinkt
- nicht von gestern sein
- niet van gisteren zijn
- Hunde, die bellen, beißen nicht
- blaffende honden bijten niet
Wiktionary Links
- Deutsch: nicht-