onthullen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

onthullen verb

  /ɔntˈɦɵlə(n)/ , /ɔntˈɦʏlə(n)/
  • 2. openbaren van onbekende feiten
enthüllen, aufdecken
  • 1. van het hulsel ontdoen
enthüllen, vorstellen
Wiktionary Links