oor – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

oor noun

  /oːr/
  • 1. het lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
Ohr
  • 3. handvat waaraan je een stuk servies kunt optillen
Henkel
Wiktionary Links
  • Nederlands: oor