🇩🇪 de nl 🇳🇱
reden verb
rede, redete, habe geredet
/ˈʁeːdn̩/
|
|
|---|---|
|
spreken, praten |
Rede noun {f}
Rede, Reden
/ˈʁeːdə/
|
|
|---|---|
|
toespraak |
- Tacheles reden
- geen blad voor de mond nemen, vrijuit spreken
- Reden ist Silber, Schweigen ist Gold
- spreken is zilver, zwijgen is goud
- reden wie ein Wasserfall
- iemand de oren van het hoofd kletsen, praten als een ekster, praten als een spraakwaterval
- frei von der Leber weg reden
- vrij van de lever spreken
- gegen eine Wand reden
- tegen een muur praten
- über Gott und die Welt reden
- over koetjes en kalfjes praten
- mit jemandem Deutsch reden
- geen blad voor de mond nemen, klare taal spreken, van zijn hart geen moordkuil maken
- sich den Mund fusselig reden
- gepraat voor dovemans deur, voor dovemans oren spreken
- gegen eine Mauer reden
- tegen een muur praten
🇳🇱 nl de 🇩🇪
reden noun
/ˈre.də(n)/
|
|
|---|---|
|
Grund |