roken – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

roken verb

  /ˈroːkə(n)/
  • 2. nuttigen door het inhaleren van de rook ervan
  • 1. rook afgeven
rauchen
  • 3. conserveren door langdurige blootstelling aan rook
räuchern
Wiktionary Links