schoot – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

schoot noun

  /sxot/ , /sχot/
  • 3. een lijn, aan de benedenhoek (de schoothoek) van een zeil bevestigd om het zeil mee in de wind te richten
Schot
  • 1. de bovenkant van de dijen van iemand die zit
Schoß
  • 2. baarmoeder
Gebärmutter
  • 4. het onderdeel van een deurslot dat uit de deur schuift en in de sluitplaat op de deurpost valt
Riegel, Sperrriegel
Wiktionary Links