🇩🇪 de nl 🇳🇱
spielen verb
spiele, spielte/veraltet: ich spielete, habe gespielt
/ˈʃpiːlən/
|
|
|---|---|
|
spelen, meespelen |
|
spelen |
Spielen noun {n}
Spielen
/ˈʃpiːlən/
|
|
|---|---|
|
spel |
- mit dem Feuer spielen
- met vuur spelen
- keine Rolle spielen
- dat speelt geen rol
- va banque spielen
- alles op het spel zetten, va-banque spelen
- die erste Geige spielen
- de eerste viool spelen
- mit jemandem Katz und Maus spielen
- met iemand kat en muis spelen
- mit verdeckten Karten spielen
- een verborgen agenda hebben, geen open kaart spelen
- mit gezinkten Karten spielen
- met doorgestoken kaart
- mit offenen Karten spielen
- open kaart spelen
- Dame spielen
- dammen