stem – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

stem noun

  • 1. het geluid dat door het trillen van de menslijke stembanden wordt geproduceerd
  • 2. het geluid dat een mens bij het spreken voortbrengt
  • 3. het geluid dat een mens bij het zingen voortbrengt
Stimme
  • 6. een keuze gemaakt door een stemmer (kiezer) bij een stemming (verkiezing)
Votum, Wahl
  • 5. een orgelregister
Register
Wiktionary Links