tanen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

tanen verb

  • 2. looien
  • 3. vaalgeel/bruin kleuren
gerben
  • 1. verzwakken, afnemen, slinken, verflauwen, verminderen, aflopen
Abstieg

tanen

schwinden
Wiktionary Links