tang – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

tang noun

  /tɑŋ/
  • 1. een uit twee delen opgebouwd gereedschap waarvan de beide delen op één punt aan elkaar vastzitten...
Zange

🇩🇪 de nl 🇳🇱

Tang noun {m}

Tang, Tange   /taŋ/
  • lange, feste Pflanze, die im Wasser wächst und zusammenhängende Bestände bildet
zeewier
Wiktionary Links