toeval – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

toeval noun

  /ˈtuːvɑl/
  • 1. een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
Zufall
  • 2. een aanval van epilepsie
Anfall
Wiktionary Links