uittrekken – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

uittrekken verb

  /ˈœytrɛkə(n)/
  • 1. van je lichaam af halen
ausziehen, entkleiden
  • 4. er tijd of geld voor beschikbaar stellen
bereitstellen
  • 2. uit iets anders trekken
herausziehen
  • 5. lostrekken, wegtrekken
losziehen, wegziehen
  • 6. weggaan uit
verlassen, weggehen
Wiktionary Links