vlak – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

vlak noun

  /vlɑk/
  • 2. zonder hoogte- en dieptepunten
Ebene
  • 1. een verzameling punten die twee dimensies vult
Fläche

vlak adjective

  /vlɑk/
  • 1. zonder bergen of dalen
flach
Wiktionary Links
  • ελληνικά: Vlak
  • Nederlands: vlak