vorderen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

vorderen verb

  • 2. dwingend iets opeisen
Mutung
  • 1. vooruitgang boeken
befördern

vorderen

voranschreiten

🇩🇪 de nl 🇳🇱

vorder adjective

  /ˈfɔʁdɐ/
  • nur attributiv: sich vorne befindend, vorne liegend
eerdere
Wiktionary Links