vrijpleiten – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

vrijpleiten verb

  • 1. aantoonen of betoogen dat men niet aan iets schuldig is
rechtfertigen

vrijpleiten verb

  • 2. aantoonen of betoogen dat iemand aan iets niet schuldig is
bezeugen, darlegen, entlasten, freisprechen
  • 1. door pleiten vrijspraak verwerven voor iemand, door pleiten de onschuld aantonen van iemand, door pleiten verdedigen
plädieren, verteidigen
Wiktionary Links