winnen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

winnen verb

  /ˈwɪnə(n)/ , /ˈʋɪnə(n)/ , /ˈβ̞ɪnə(n)/
  • 1. als beste partij uit een wedstrijd komen
  • 2. iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
  • 4. iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten
gewinnen

🇩🇪 de nl 🇳🇱

winnen verb

  /ˈvɪnən/
  • veraltet, verschwunden, Grundwort zu gewinnen: sich abmühen, mühevoll arbeiten; später dann: durch Mühe und Arbeit erreichen
verdienen
Wiktionary Links