Nederlands Deutsch
woord /ʋoːrt/
  • 1. spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
  • 3. het woord van god of de inhoud van de bijbel
  • 4. de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur
das Wort (Pl.: die Worte) {n} vɔʁt
woord /ʋoːrt/
  • 2. belofte
das Ehrenwort (Pl.: die Ehrenworte) {n} ˈeːʁənˌvɔʁt
das Wort (Pl.: die Worte) {n} vɔʁt
woord /ʋoːrt/
  • 1. mannetjeseend
der Erpel (Pl.: die Erpel) {m} ˈɛʁpl̩
vreemd woord das Fremdwort (Pl.: die Fremdwörter) {n} ˈfʁɛmtˌvɔʁt
aan het woord komen zu Wort kommen
elk woord op een gouden schaaltje wegen jedes Wort auf die Goldwaage legen ˈjeːdəs ˈvɔʁt aʊ̯f diː ˈɡɔltˌvaːɡə ˈleːɡn̩
wiens brood men eet, diens woord men spreekt wes Brot ich ess, des Lied ich sing ˈvɛs ˈbʁoːt ɪç ˈɛs dɛs ˈliːt ɪç ˈzɪŋ
Wiktionary Links