Nederlands English
Chinees /ʃi.ˈnes/
  • 1. de voornaamste taal die in China gesproken wordt
  • 2. persoon
Chinese /t͡ʃaɪˈniːz/, /ˈt͡ʃaɪniːz/, /ˈt͡ʃaɪˌniz/, /ˌt͡ʃaɪˈniz/
Chinees /ʃi.ˈnes/
  • 1. betreffende China
Chinese /t͡ʃaɪˈniːz/, /ˈt͡ʃaɪniːz/, /ˈt͡ʃaɪˌniz/, /ˌt͡ʃaɪˈniz/
klassiek Chinees
  • 1. Chinees zoals geschreven vanaf de vijfde eeuw v.C. tot de 3e eeuw n.C.
Literary Chinese
Chinees Pidginengels
  • 1. Chinese handelstaal op basis van vereenvoudigd Engels
Chinese Pidgin English
chinees Chinese /t͡ʃaɪˈniːz/, /ˈt͡ʃaɪniːz/, /ˈt͡ʃaɪˌniz/, /ˌt͡ʃaɪˈniz/
vereenvoudigd Chinees /vərenˈvʌʊdəχtʃiˌnes/, /vərenˈvʌːdəxtʃiˌnes/
  • 1. het schrift waarmee het Chinees met name op het vasteland van China geschreven wordt
simplified Chinese
traditioneel Chinees traditional Chinese
Chinees teken Chinese character
Chinees Engels Chinglish
dat is Chinees voor mij it's all Greek to me /ɪts ˌɔːl ˈɡɹiːk tə ˌmiː/
traditionele Chinees Traditional Chinese
English Nederlands
chin /tʃɪn/
  • bottom of a face
kin /kɪn/
chine flare kimkiel
chine /tʃaɪn/
  • top of a ridge
maan
Wiktionary Links