antecedent – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

antecedent noun

  /ˌæntɪˈsiːdənt/
  • conditional part of a hypothetical proposition
  • word, phrase or clause referred to by a pronoun
antecedent
  • any thing that precedes another thing
antecedent, voorafgaande
  • ancestor
voorouder

antecedent adjective

  /ˌæntɪˈsiːdənt/
  • earlier in time or order
voorafgaand, vroeger

antecedence

precedentie

🇳🇱 nl en 🇬🇧

antecedent noun

  • 1. de naam voor het woord waarnaar een ander woord, meestal een betrekkelijk voornaamwoord, verwijst
antecedent
Wiktionary Links