anus – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

anus noun

  /ˈeɪ.nəs/
  • lower opening of the digestive tract
anus, aars

🇳🇱 nl en 🇬🇧

anus noun

  • 1. opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal
anus
Wiktionary Links