autodeur – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

auto noun

  /ɑʊ̯to/
  • 1. voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
car, automobile

auto-

auto-

🇳🇱 nl en 🇬🇧

deur noun

  /døːr/
  • 1. een afsluiting van een toegang tot een ruimte, gemaakt van hout, metaal of kunststof
door, gate
Wiktionary Links