balk – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

balk noun

  /bɑlk/ , /bɑɫk/
  • 2. veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken, 8 hoekpunten en 12 ribben
cuboid, rectangular prism
  • 1. deel van een constructie met een lengte die veel groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede
beam

🇬🇧 en nl 🇳🇱

balk noun

  /bɑk/ , /bɔk/ , /bɔlk/ , /bɔːk/ , /bɔːlk/
  • beam
balk
Wiktionary Links