🇳🇱 nl en 🇬🇧

boon noun

  • (voeding) zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet (wikidata: boon )
bean, haricot

🇬🇧 en nl 🇳🇱

boon noun

  /buːn/
  • (archaic) That which is asked or granted as a benefit or favor; a gift or benefaction.
gebed, verzoek, voordeel, zegen
  • (Hinduism) A blessing, typically a supernatural power, granted to an ascetic by a god or goddess.
geschenk, gift

boon adjective

  /buːn/
  • (archaic) Kind; bountiful; benign.
goedaardig, lief
  • (now only in boon companion) Gay; merry; jovial; convivial.
minzaam, vrolijk
Wiktionary Links