zegen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

zegen noun

  /ˈzeːɣə(n)/ , /ˈzeːχə(n)/
  • 1. verlening van goddelijke of bovennatuurlijke bijstand
blessing, boon

zegen noun

  /ˈzeːɣə(n)/ , /ˈzeːχə(n)/
  • 4. breed en naar verhouding niet erg hoog sleepnet
seine
Wiktionary Links