bout – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

bout noun

  • 2. stuk vlees, meestal een poot
drumsticks
  • 6. een strijkijzer
griddle
  • 1. verbindingsmiddel, meest uit metaal vervaardigd en voorzien van een schroefdraad
peg

bout

bolt

🇬🇧 en nl 🇳🇱

bout

vlaag

bout noun

  /bʌʊt/ , /ˈbaʊt/
  • fencing encounter
aanval
  • boxing match
duel
  • music: bulge or widening in a musical instrument
kaak
  • fighting competition
  • roller derby match
partij
Wiktionary Links