caravan – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

caravan noun

  /kaɾəˈvan/ , /ˈkaɾəvan/ , /ˈkæɹəvæn/ , /ˈkɛɹəvæn/
  • convoy or procession
karavaan
caravan, sleurhut, woonwagen

🇳🇱 nl en 🇬🇧

caravan noun

  • 1. kampeerwagen, woonwagen, aanhangwagen die kan dienen als woonst
caravan, trailer
Wiktionary Links