claim – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

claim noun

  /kleɪm/
aanspraak, bewering
  • demand of ownership for previously unowned land
aanspraak

claim verb

  /kleɪm/
  • to demand ownership of something
opeisen, claimen
beweren
  • to demand ownership or right to use for land
aanspraak maken op, opeisen

🇳🇱 nl en 🇬🇧

claim noun

  • 1. aanspraak op vergoeding van schade
  • 2. recht
claim
Wiktionary Links