detachement – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

detachement noun

  • 1. legereenheid die om een bepaalde taak uit te voeren van het groter geheel is afgezonderd
detail, division

🇬🇧 en nl 🇳🇱

detachment noun

  /dɪˈtæt͡ʃmənt/
  • military unit
detachering, detachement
  • indifference
afstandelijkheid, gereserveerdheid
  • separation
losraking, scheiding
  • impartiality
onpartijdigheid

detached

terughoudend

detach verb

  /dəˈtæt͡ʃ/ , /dɪˈtæt͡ʃ/
detacheren

detachable adjective

  /diːˈtætʃəbl̩/ , /dəˈtætʃəbl̩/
  • designed to be unfastened
los

detached adjective

  /dəˈtæt͡ʃt/ , /dɪˈtæt͡ʃt/
onpartijdig
Wiktionary Links