gel – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

gel noun

  /d͡ʒɛl/ , [d͡ʒɛɫ]
  • suspension of solid in liquid
gel, gelei
  • any gel for a particular cosmetic use
gel

gel verb

  /d͡ʒɛl/ , [d͡ʒɛɫ]
  • become gel
geleren, indikken
  • apply cosmetic gel
gellen

🇳🇱 nl en 🇬🇧

gel noun

  • 2. een product om haar mee in model te houden
  • 1. een gecrosslinkt polymeer van voldoende verdunning om vervormbaar te zijn zonder spontaan te vloeien
gel
Wiktionary Links
  • English: gel
  • Nederlands: gel