groepen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

groep noun

  /ɣrup/ , /ʝrup/
  • 1. uit meerdere personen of eenheden bestaand geheel
group

🇳🇱 nl en 🇬🇧

en conjunction

and

-en-

of

-en

-s
Wiktionary Links