of – English–Nederlands translations
🇬🇧 en nl 🇳🇱
of preposition
/ɒv/
,
/ɔf/
,
/ɔv/
,
/ə/
,
/əf/
,
/əv/
,
/ʌv/
,
[ɐv~ʌv~əv]
|
|
|---|---|
|
van |
|
van, over, aan |
|
-e-, -en-, -s- |
|
voor |
- in front of
- voor, in het bijzijn van
- United States of America
- Verenigde Staten van Amerika, Verenigde Staten, Amerika
- coat of arms
- wapen, wapenschild, rijkswapen, staatswapen
- of course
- natuurlijk, uiteraard, tuurlijk
- Acts of the Apostles
- Handelingen van de apostelen, Handelingen
- League of Nations
- Volkenbond
- out of
- buiten, uit, van de
- free of charge
- gratis, kostenloos, kosteloos, kosteloze, verniet
- Song of Songs
- Hooglied
🇳🇱 nl en 🇬🇧
of conjunction |
|
|---|---|
|
or, either |
|
if, whether |
- en/of
- and/or
- en of
- certainly
- min of meer
- more or less
- use the past tense with an indication of time in the past such as voorheen or vroeger
- used to
- vroeg of laat
- sooner or later
- of anders
- or else
- gemeenschappelijk bestuurd gebied of eigendom
- condominium
- groen en geel worden van nijd of afgunst over
- jaundice
- op een of andere manier
- somehow