uit – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

uit adverb

  /œʏ̯t/ , /œːt/
  • 1. niet aan, stand van een apparaat
off
  • 2. balsport term voor als de bal buiten de lijnen van het speelveld is geraakt
out

uit preposition

  /œʏ̯t/ , /œːt/
  • 1. geeft aan van welke plaats iets komt
out of, out

uit-

abroad
Wiktionary Links
  • Nederlands: uit