Nederlands English
hond /ˈhɔnd/, /ˈɦɔnt/
  • 1. Canis lupus familiaris, een zoogdier dat tot huisdier getemd is
dog /dɒɡ/, /dɑɡ/, /dɔɡ/
hound /haʊnd/
wilde hond
  • 1. Lycaon pictus, een zoogdier en roofdier uit de orde Carnivora dat veel op een hond lijkt maar daar toch niet onmiddellijk aan verwant is
African Hunting Dog
Kanaän-hond Canaan Dog
vliegende hond flying fox
de hond uitlaten walk the dog
pas op voor de hond beware of the dog
Wiktionary Links