jargon – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

jargon noun

  /ˈdʒɑː.ɡən/ , /ˈd͡ʒɑɹ.ɡən/
jargon, vaktaal, visserslatijn
  • incomprehensible speech
wartaal, gebrabbel, gewauwel

🇳🇱 nl en 🇬🇧

jargon noun

  /jɑr.ˈɣɔn/
  • 2. vaktaal, taalgebruik binnen een bepaalde groep, vaak moeilijk te volgen voor een buitenstaander
jargon
  • 1. koeterwaals
gibberish

jargon

cant
Wiktionary Links