lift – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

lift verb

  /lɪft/
  • to raise or rise
opheffen, heffen, rijzen
  • to steal
stelen

lift noun

  /lɪft/
  • mechanical device for vertically transporting goods or people
lift

lifting noun

  /ˈlɪf.tɪŋ/
  • facelift
opwaardering

🇳🇱 nl en 🇬🇧

lift noun

  • 1. een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
elevator, lift
  • 2. de draagkracht van een vliegtuig
lift
Wiktionary Links