mangelen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

mangelen verb

  /ˈmɑŋələ(n)/
  • 1. ontbreken, tekortschieten
lack
  • 3. door de mangel halen, met een mangel glad maken
mangle
  • 2. ruilen, aan ruilhandel doen
trade

mangelen noun

  /ˈmɑŋələ(n)/
  • 1.
mandlen
Wiktionary Links