nieuw – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

nieuw adjective

  /niβ̞/ , /nyʊ̯/
  • 1. recentelijk gemaakt
  • 4. onderscheidt nieuwere namen van oudere
  • 2. recentelijk ontdekt
  • 3. huidige
new, novel
  • 7. recentelijk aangekomen of opgedoken
  • 5. in originele staat
  • woorden die in een of meer van de bovenstaande categorieën horen, maar waarvan niet bekend is in welke (voel u vrij deze woorden in de juiste categorie in te voegen)
new, fresh
  • 6. vreemd, onbekend
new
Wiktionary Links