nog – English–Nederlands translations
🇳🇱 nl en 🇬🇧
nog adverb |
|
|---|---|
| yet | |
- al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel
- a lie has no legs, lies have short wings, though a lie be swift, truth overtakes it
- nog net
- just
- nog een
- another
- wat dan nog
- so what
- morgen is er nog een dag
- call it a day
- van alles en nog wat
- odds and ends
- nog steeds
- as yet
- en ze leefden nog lang en gelukkig
- happily ever after
- om nog maar te zwijgen van
- not to mention