ophangen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

ophangen verb

  /'ɔpɦɑŋə(n)/
  • 3. aan de galg opknopen
hang
  • 2. een telefoongesprek beëindigen
hang up
  • 1. iets in een hangende positie bevestigen
suspend
Wiktionary Links