overbrengen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

overbrengen verb

  /ˈovərbrɛŋə(n)/
  • 2. meedelen, melden
communicate, convey, report
  • 1. van de ene locatie naar de andere brengen
convey, hand, hand over, move, pass, transport
  • 3. van de ene persoon of zaak op de andere doen overgaan
transfer
Wiktionary Links