quote – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

quote noun

  /k(ʋ)oʈ/ , /kwəʊt/ , [k(ʰ)woːt] , [k(ʰ)wəʊt] , [kʰwoʊt] , [kʰwɐʉt] , [kʰwəwt]
  • a statement attributed to someone
citaat, aanhaling, tekstaanhaling
  • a quotation mark
aanhalingsteken
  • a summary of work to be done with a set price
bestek, offerte, prijsofferte, prijsopgave

quote verb

  /k(ʋ)oʈ/ , /kwəʊt/ , [k(ʰ)woːt] , [k(ʰ)wəʊt] , [kʰwoʊt] , [kʰwɐʉt] , [kʰwəwt]
citeren, aanhalen
  • to prepare a summary of work to be done and set a price
een (prijs)offerte doen, een bestek opmaken
  • to name the current price
quoteren

🇳🇱 nl en 🇬🇧

quote noun

  /kwot/
  • 1. letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt
quote
Wiktionary Links