sector – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

sector noun

  /sɛk.tɑ(r)/<a:father-bother> , /sɛk.tɔ(r)/ , /ˈsɛk.tɐ/ , /ˈsɛk.təɹ/ , /ˈsɛk.tɚ/ , /ˈsɛktə(r)/ , /;/
  • a field of economic activity
sector

🇳🇱 nl en 🇬🇧

sector noun

  /'sɛktɔr/
  • 1. een deel van een cirkel in de vorm van een taartpunt
  • 3. de kleinste eenheid van een harddisk die in één bewerking door een lees/schrijfkop kan verwerkt worden
sector
Wiktionary Links