update – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

update verb

  /ʌpˈdeɪt/ , /ˈʌp.deɪt/
  • to make something up to date
bijwerken, actualiseren, op punt stellen

updating

updating

update noun

  /ʌpˈdeɪt/ , /ˈʌp.deɪt/
  • action of making something up to date
actualisatie, bijwerking

🇳🇱 nl en 🇬🇧

update noun

  • 1. een gemoderniseerde versie van een computerprogramma
update
Wiktionary Links